volmacht

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) wilsverklaring waarbij iemand de bevoegdheid aan een ander verleent om in zijn naam bepaalde rechtshandelingen te verrichten
  2. juridisch (juridisch) akte waarin een volmacht is vastgelegd; volmachtbrief
  3. (België; in het meervoud) bijzondere machten die door de volksvertegenwoordiging aan de regering worden toegekend om besluiten te nemen

Etymologie

* ; Middelnederlands volle macht, letterlijk ‘de volledige macht’, vaste verbindung beïnvloed door Duits Vollmacht, leenvertaling van middeleeuws Latijn plenipotentia ‘volmacht’.

Vertalingen

Engelspower of attorney
Fransprocuration
DuitsVollmacht
Spaanspoder
Italiaansprocura
Portugeesprocuração
Poolspełnomocnictwo
Zweedsfullmakt