volume
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wiskunde) afmeting van de hoeveelheid ruimte die een driedimensionaal object of ruimtedeel omvat; het in kubieke eenheden uitgedrukte product van lengte, breedte en hoogteHet volume van een stof neemt bij opwarming in de regel toe.
- (muziek) sterkte van geluidenKun je s.v.p. met je vurige tengels van de volumeknop afblijven?
- fysieke informatiedrager, bijvoorbeeld bij boeken en cd's (⇒ band, boekdeel, deel)
Etymologie
* Leenwoord uit Frans volume ‘inhoud, omvang’, geleerde ontlening uit Latijn volūmen ‘manuscriptrol; kromming, draaiing’.
Vertalingen
Engelsvolume, volume
Fransvolume, volume
DuitsVolumen
Spaansvolumen, tomo, volumen
Poolsobjętość
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek