voorafbetaling
vrouwelijk (de)/vorˈɑvbəˌtalɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geldelijke tegenprestatie voor iets wat nog geleverd moet wordenPostzegels dienen als voorafbetaling van het port.
- (België) je belasting eerder betalen, zodat je belastingvermindering krijgtVóór of ten laatste op 31 oktober van het jaar waarin de inkomsten zijn verkregen, dient er een voorafbetaling op de uiteindelijk verschuldigde belasting te gebeuren.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek