voorafbetaling

vrouwelijk (de)/vorˈɑvbəˌtalɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geldelijke tegenprestatie voor iets wat nog geleverd moet worden
    Postzegels dienen als voorafbetaling van het port.
  2. (België) je belasting eerder betalen, zodat je belastingvermindering krijgt
    Vóór of ten laatste op 31 oktober van het jaar waarin de inkomsten zijn verkregen, dient er een voorafbetaling op de uiteindelijk verschuldigde belasting te gebeuren.