voorliggen
/ˈvorlɪɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (intr) vergeleken met anderen verder gevorderd zijn, een voorsprong hebben, een plaats hebben waar iets anders achter ligtDat ze halverwege voorliggen wil nog niet zeggen dat ze de race ook zullen winnen.
- (intr) (figuurlijk) ter behandeling voorgelegd zijn, onder ogen komenDe plannen die nu voorliggen zijn veel te duur.
Etymologie
* , [2] misschien ook onder invloed van "vorliegen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek