vork
Wat is de betekenis van vork?
vork betekent: aftakking van een boomtak of van een weg
Betekenis
- aftakking van een boomtak of van een weg
- (gereedschap) (huishouden) voorwerp bestaande uit een greep en (meestal 3 of 4) tanden, waarmee vast voedsel wordt gegeten
- (gereedschap) bepaald landbouwwerktuig (vergelijk met hooivork, mestvork)
- (werktuigbouwkunde) fietsonderdeel waarin het wiel wordt bevestigd: telescopische vork, voorvork en achtervork
- (schaak) situatie waarbij één eigen stuk tegelijkertijd twee of meer vijandelijke stukken aanvalt
Voorbeelden van "vork" in een zin
- ' De zoon zweeg, stak zijn vork in de jodenhaas en begon te snijden.
- De man met de misselijkmakende aftershave, zijn vork halverwege zijn bord en zijn mond.
- Hij at zijn frietjes met een vork.
Betekenis en uitleg van vork
Een vork is een keukengerei dat meestal uit drie of vier tanden bestaat en wordt gebruikt om voedsel op te pakken of te snijden. Het is een onmisbaar hulpmiddel bij de meeste maaltijden, vooral bij het eten van pasta, vlees of groenten.
Het woord 'vork' komt vaak voor in de context van dineren en koken. Wanneer je aan tafel zit, is de vork een van de belangrijkste bestekstukken, samen met het mes en de lepel. Het gebruik van een vork kan ook variëren afhankelijk van de cultuur; in sommige landen wordt het bijvoorbeeld als beleefd beschouwd om de vork in de linkerhand te houden tijdens het eten.
Voorbeelden
- Bij het Italiaanse restaurant bestelde ik een heerlijke pasta, die ik met mijn vork naar mijn mond bracht.
- Tijdens het picknick in het park had ik mijn vork vergeten, waardoor ik mijn salade met mijn handen moest eten.
- De chef-kok gebruikte een vork om het vlees te snijden en het op de borden te scheppen.
Woordoorsprong
Het woord 'vork' komt van het Oudnederlands 'vorca', dat verwant is aan het Engelse 'fork'.
Veelgestelde vragen over vork
Wat is de betekenis van vork?
vork betekent: aftakking van een boomtak of van een weg
Hoeveel betekenissen heeft vork?
vork heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft vork?
vork is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van vork?
Synoniemen van vork zijn: vreetijzer, prakijzer.
Hoe gebruik je vork in een zin?
Voorbeeld: “' De zoon zweeg, stak zijn vork in de jodenhaas en begon te snijden.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘getand werktuig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- Te veel hooi op de vork nemen — meer willen doen dan je aankan, te veel werk op zich nemen, de hoeveelheid werk niet aankunnen
- Weten hoe de vork in de steel zit — precies weten wat er gebeurd is