vorm

mannelijk (de)/ˈvɔrᵊm/

Wat is de betekenis van vorm?

vorm betekent: ruimtelijke begrenzing van een voorwerp

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ruimtelijke begrenzing van een voorwerp
  2. sjabloon of bak waarin iets gegoten of geperst kan worden
  3. (veranderlijke) toestand van iets concreets
  4. sport (sport) lichamelijke conditie
  5. grammatica (grammatica) lijdende ~, passieve ~, → lijdende vorm
  6. grammatica (grammatica) actieve ~, vormen van het werkwoord waarmee wordt uitgedrukt dat het onderwerp de handeling actief verricht
  7. manier, methode

Voorbeelden van "vorm" in een zin

  • Een stuk land in de vorm van een driehoek.
  • Het deeg van de taart werd in de vorm gedaan.
  • Het voorstel in deze vorm.
  • De module in deze vorm.
  • Dit dichte dennenwoud ontnam mij elke vorm van overzicht en ik voelde me vaak claustrofobisch.

Etymologie

*: "vormen" zonder de uitgang -en

Vertalingen

Engelsform, shape, mold
Spaansforma, molde, forma