vorm
mannelijk (de)/ˈvɔrᵊm/
Wat is de betekenis van vorm?
vorm betekent: ruimtelijke begrenzing van een voorwerp
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ruimtelijke begrenzing van een voorwerp
- sjabloon of bak waarin iets gegoten of geperst kan worden
- (veranderlijke) toestand van iets concreets
- (sport) lichamelijke conditie
- (grammatica) lijdende ~, passieve ~, → lijdende vorm
- (grammatica) actieve ~, vormen van het werkwoord waarmee wordt uitgedrukt dat het onderwerp de handeling actief verricht
- manier, methode
Voorbeelden van "vorm" in een zin
- Een stuk land in de vorm van een driehoek.
- Het deeg van de taart werd in de vorm gedaan.
- Het voorstel in deze vorm.
- De module in deze vorm.
- Dit dichte dennenwoud ontnam mij elke vorm van overzicht en ik voelde me vaak claustrofobisch.
Etymologie
*: "vormen" zonder de uitgang -en
Vertalingen
Engelsform, shape, mold
Spaansforma, molde, forma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek