vot

mannelijk/vrouwelijk (de)/vɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (Luikse Kempen, Limburg) gat, kont.
    De handel ligt op zijn vot.
  2. (Luikse Kempen, Limburg) het onderste deel van een boomstam.Algemeen Vlaamsch Idioticon, bewerker L.W. SchuermansLeuven, Gebr. Vanlinthout 1865-1870
  3. vulgair, verouderd (oostelijke streektalen) (vulgair) (verouderd) geslachtsdeel

Etymologie

*vergelijk "Fotze"