Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

votiefkaars

mannelijk/vrouwelijk (de)/voˈtifkars/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) (katholiek) staaf was of ander brandbaar materiaal met een lont die een gelovige in een heiligdom kan laten branden in samenhang met een gebed of gelofte
    Dure kaarsen, gemaakt van bijenwas, waren eeuwen het symbool van de bond van de mens en zijn God. De votiefkaars verzinnebeeldde het licht dat staat voor het Goede.
    De praktijk was als volgt: men mat de lengte van het lichaam (of de omvang van het zieke lichaamsdeel) met een snoer, dat als lont van een votiefkaars diende en dus de maat van de opgedragen kaars werd.