Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

vouchervakantie

vrouwelijk (de)/ˈvɑutʃərvaˌkɑn(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vakantie die wordt betaald met een tegoedbon, zoals reisorganisaties die verstrekken wanneer een geboekte reis niet door kan gaan
    Laat je dochter op haar werk alvast verlof aanvragen, met de reden, dat dit een verplaatste vouchervakantie van 2020 betreft en bij voorkeur in dezelfde weeknummers als het verlof van dit jaar.
  2. historisch (historisch) thuis doorgebrachte vakantie, omdat je in plaats van een geboekte reis vanwege de coranapandemie een tegoedbon voor een toekomstige reis hebt gekregen
    Maar zolang er geen Covid-19-vaccin is, lijkt het onlogisch dat we weer massaal de aardbol over gaan. Nee, vakantie 2020 wordt een vouchervakantie. Dat is een vakantie op eigen balkon, in eigen tuin of parkje, dromend van een uitje in het post Corona-tijdperk, die je aankoopt met een Cornonavoucher. Dat is een tegoedbon van je reisondernemer voor wat je al aan je gecancelde reis hebt betaald.