vr

mannelijk (de)/ˈvrɛidɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afkorting, tijdrekening, dag (afkorting), (tijdrekening), (dag) vrijdag, de vijfde dag van de werkweek
    Open: di, wo, do, vr; dicht: za, zo, ma.|Geopend op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag; gesloten op zaterdag, zondag en maandag.
voorzetsel
  1. voor

Etymologie

*[B]: (afkorting) van