vreemdgaan
/ˈvremtxan/
Betekenis
werkwoord
- (erga) (seksualiteit) met een andere partner dan de echtgenoot verkerenBill was weer vreemdgegaan.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘overspel plegen’ voor het eerst aangetroffen in 1931
Vertalingen
Engelswander, commit adultery, cheat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek