vreesde

Wat is de betekenis van vreesde?

vreesde betekent: enkelvoud verleden tijd van vrezen

Betekenis

werkwoord
  1. woorden met boekreferenties enkelvoud verleden tijd van vrezen

Voorbeelden van "vreesde" in een zin

  • Ik vreesde.
  • Jij vreesde.