vreesde

Wat is de betekenis van vreesde?

vreesde betekent: enkelvoud verleden tijd van vrezen

Betekenis

werkwoord
  1. woorden met boekreferenties enkelvoud verleden tijd van vrezen

Voorbeelden van "vreesde" in een zin

  • Ik vreesde.
  • Jij vreesde.

Betekenis en uitleg van vreesde

Het woord 'vreesde' is de verleden tijd van het werkwoord 'vreesden', wat betekent dat iemand bang of bezorgd was voor iets. Het geeft een emotionele staat aan waarin iemand zich angstig voelt over een mogelijke toekomstige gebeurtenis of situatie.

Je gebruikt 'vreesde' vaak in situaties waarin je terugblikt op momenten van angst of bezorgdheid. Het woord kan een nuance van zwakte of kwetsbaarheid uitdragen, maar ook een realistische reactie op bedreigende omstandigheden zijn. Het kan zowel in persoonlijke verhalen als in bredere contexten, zoals in literatuur of gesprekken, voorkomen.

Voorbeelden

  • Ze vreesde dat haar examen niet goed zou gaan, waardoor ze zich extra ging voorbereiden.
  • Tijdens de storm vreesde hij voor de veiligheid van zijn huis en gezin.
  • De kinderen vreesden de donkere kelder, waar ze ooit een vreemd geluid hadden gehoord.

Woordoorsprong

Het woord 'vreesde' is afgeleid van het Oudgermaanse 'frithu', wat 'vrede' of 'veiligheid' betekent, en heeft een sterke emotionele lading die met angst en bezorgdheid te maken heeft.

Veelgestelde vragen over vreesde

Wat is de betekenis van vreesde?

vreesde betekent: enkelvoud verleden tijd van vrezen

Hoe gebruik je vreesde in een zin?

Voorbeeld: “Ik vreesde.