vreesde
Wat is de betekenis van vreesde?
vreesde betekent: enkelvoud verleden tijd van vrezen
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van vrezen
Voorbeelden van "vreesde" in een zin
- Ik vreesde.
- Jij vreesde.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
vreesde betekent: enkelvoud verleden tijd van vrezen