vreterij
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het te veel en gulzig etenAfgelopen week waren er tachtigduizend bezoekers bij de Zesdaagse van Dortmund. “Het is hier meer vreterij en zuiperij dan fietserij.' NRC Jaap Bloembergen 2 november 1998 [https://www.nrc.nl/nieuws/1998/11/02/schranzen-en-slempen-rond-de-piste-7421065-a1314916 SCHRANZEN EN SLEMPEN ROND DE PISTE]“Ja, ze zijn er flink aan de vreterij”, beaamt A. de Haas van de Planteziektenkundige Dienst in Wageningen. “Ze vreten hele bomen kaal. Ik heb het nog nooit zo erg gezien.” In de Oost-Achterhoek en Twente is volgens de Dienst sprake van “extreem grote activiteit” van de rupsen. NRC 21 juni 1994 [https://www.nrc.nl/nieuws/1994/06/21/rupsenplaag-brengt-herfst-in-de-eikebomen-7229090-a1274598 Rupsenplaag brengt herfst in de eikebomen]
Etymologie
* van vreten
Uitdrukkingen
- o wat zijn we blij, o wat zijn we blij, niet omdat hij jarig is, maar om de vreterij
Vertalingen
Engelsbite
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek