vrijmetselaar

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. filosofie (filosofie) lid van een vrijmetselaarsorde die zich o.a. bezig houdt met vrijmetselarij

Etymologie

* In de betekenis van ‘lid van de vrijmetselarij’ voor het eerst aangetroffen in 1776

Vertalingen

Engelsfreemason, mason
Spaansfrancmasón, masón, masónico