vrijzinnigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een tolerante houding waarbij vrijheid van mening en zingeving centraal staanWat volgens de oud-staatssecretaris opvalt is het navelstaren, het gebrek aan tolerantie, aan vrijzinnigheid. "Dat hoor je in Engeland terug", aldus Van der Ploeg.De NBP, de afkorting staat voor Nederlandse Protestanten Bond, en de VVP hebben daarnaast al dezelfde predikant en een gezamenlijk bestuur. De twee kerken menen βdat een gezamenlijk gezicht de herkenbaarheid van de vrijzinnigheid en zeker die van de Regentessekerk ten goede komtβ. βDoor naar buiten te treden met één gezicht en één mond kunnen we lokaal een sterkere gesprekspartner zijn in religieus Apeldoorn.β
Etymologie
* afleiding van vrijzinnig
Vertalingen
EngelsLiberaliteit, liberalism, liberality
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek