vroegte

vrouwelijk (de)/ˈvruxtə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening (tijdrekening) begin van de morgen
    Ik werd in alle vroegte gewekt door iemand die over mijn scheerlijn struikelde en brommend verder liep.

Etymologie

*Oude afleiding van het bijvoeglijk naamwoord vroeg .

Vertalingen

DuitsFrühe
Spaansmadrugada