vrouwentaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvrɑuwə(n)ˌtal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. typisch vrouwelijke manier van spreken of schrijven
    In De Nieuwe Taalgids is een artikel verschenen over het verschil tussen mannentaal en vrouwentaal.
  2. pejoratief (pejoratief) uiting die gelet op haar strekking typisch van een vrouw afkomstig is
    Deze vreedzame redevoering werd met een hevig gemor van afkeuring begroet. ‘Altijd dezelfde vrouwentaal!’ riep Burchard.