vrucht
Wat is de betekenis van vrucht?
vrucht betekent: volgroeid vruchtbeginsel van een boom of plant
Betekenis
- volgroeid vruchtbeginsel van een boom of plant
- ongeboren jong van een dier of mens
- voortbrengsel
Voorbeelden van "vrucht" in een zin
- De vruchten van die bomen worden op regelmatige tijdstippen geplukt.
- De vrouw ziet er niet zwanger uit, maar de vrucht is er wel degelijk.
- Ik wilde dat kind terug, de vrucht van mijn schoot, onveranderd, precies zoals hij was, die unieke Frans-Engelse combinatie, die mengeling van Andrew en mij: het langgerekte gezicht van Andrew, zijn blauwe ogen, en mijn wenkbrauwen, mijn kin.
- En nu, op de drempel van de volwassenheid, werd ze uitgelachen omdat ze een vrucht aan een Spaanse boom was.
Betekenis en uitleg van vrucht
Een vrucht is het eetbare deel van een plant dat meestal ontstaat uit de bloei en zaden bevat. Het is een belangrijke bron van voeding en variëteit in ons dieet, variërend van zoet en sappig tot zuur en knapperig.
Het woord 'vrucht' wordt vaak gebruikt in de context van voeding, waarbij het verwijst naar alles van appels en sinaasappels tot exotische soorten zoals mango's en papaja's. Daarnaast kan 'vrucht' ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld in de uitdrukking 'de vruchten plukken van je arbeid', wat betekent dat je de beloningen van je inspanningen geniet. Het begrip speelt ook een rol in de botanica, waar het belangrijk is om onderscheid te maken tussen vruchten en andere delen van planten.
Voorbeelden
- Na een lange zomerdag genoten we van een frisse salade met verschillende soorten vruchten.
- De tuinman vertelde dat de vrucht van zijn harde werk nu zichtbaar was in de bloeiende boomgaard.
- In de zomer zijn er veel marktjes waar je lokale vruchten kunt kopen, verser dan dat krijg je ze niet.
Woordoorsprong
Het woord 'vrucht' komt van het Oudnederlands 'fructa', wat verwant is aan het Latijnse 'fructus', dat 'geproduceerd' of 'opbrengst' betekent.
Veelgestelde vragen over vrucht
Wat is de betekenis van vrucht?
vrucht betekent: volgroeid vruchtbeginsel van een boom of plant
Hoeveel betekenissen heeft vrucht?
vrucht heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft vrucht?
vrucht is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je vrucht in een zin?
Voorbeeld: “De vruchten van die bomen worden op regelmatige tijdstippen geplukt.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘ooft, ongeboren jong’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- aan de vruchten (her)kent men de boom
- hoe iemand is kan men zien aan hoe hij zich gedraagt
- ook de beste boom geeft slechte vruchten
- ook de beste ouders kunnen kinderen hebben die het slechte pad opgaan
- op dezelfde stam groeien verschillende vruchten
- kinderen met dezelfde ouders kunnen toch veel van elkaar verschillen
- verboden vruchten zijn de zoetste
- verboden dingen zijn vaak het aantrekkelijkst