waakster

vrouwelijk (de)/ˈwakstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon, historisch (persoon) (historisch) vrouw die voortdurend past op iemand die ziek is
    {{ouds
  2. figuurlijk (figuurlijk) vrouw of instantie die intensief voor iets of iemand zorgt
    Zij had jarenlang een galerij in Den Haag en maakte naam als waakster over het historisch erfgoed van de stad.

Etymologie

*van Middelnederlands "waecster", op te vatten als afɡeleid van