waakster
vrouwelijk (de)/ˈwakstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) (historisch) vrouw die voortdurend past op iemand die ziek is{{ouds
- (figuurlijk) vrouw of instantie die intensief voor iets of iemand zorgtZij had jarenlang een galerij in Den Haag en maakte naam als waakster over het historisch erfgoed van de stad.
Etymologie
*van Middelnederlands "waecster", op te vatten als afɡeleid van
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek