wacht
/ʋɑxt/
Wat is de betekenis van wacht?
wacht betekent: (m) iemand die tot taak heeft iets te bewaken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (m) iemand die tot taak heeft iets te bewaken
- (f)/(m) een tijd waarin men de taak heeft iets te bewaken
- (f)/(m) een plaats waar men waakt
- (f)/(m) een groep die tot taak heeft iets te bewaken
Voorbeelden van "wacht" in een zin
- De wachten werden volledig overrompeld.
- Hij hield vanaf middernacht de wacht en werd om drie uur afgelost.
- De wacht werd volledig overrompeld.
Etymologie
* van waken
Uitdrukkingen
- num=1 — De wacht houden
- num=1 — Op wacht staan
- Iemand de wacht aanzeggen — een laatste waarschuwing geven
- Iets in de wacht slepen — Iets bemachtigen
Vertalingen
DuitsWache, Wächter, Wache
Deensvagt, vagt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek