wacht

/ʋɑxt/

Wat is de betekenis van wacht?

wacht betekent: (m) iemand die tot taak heeft iets te bewaken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (m) iemand die tot taak heeft iets te bewaken
  2. (f)/(m) een tijd waarin men de taak heeft iets te bewaken
  3. (f)/(m) een plaats waar men waakt
  4. (f)/(m) een groep die tot taak heeft iets te bewaken

Voorbeelden van "wacht" in een zin

  • De wachten werden volledig overrompeld.
  • Hij hield vanaf middernacht de wacht en werd om drie uur afgelost.
  • De wacht werd volledig overrompeld.

Betekenis en uitleg van wacht

Het woord 'wacht' verwijst naar het moment waarop je tijdelijk stilhoudt of afwacht, vaak in een situatie waarin je iets of iemand verwacht. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk worden gebruikt en impliceert een zekere mate van geduld.

Je gebruikt 'wacht' vaak wanneer je in een rij staat of wanneer je op een afspraak wacht. Het kan ook een emotionele lading hebben, zoals in de zin van wachten op goed nieuws of een verandering in je leven. De nuance van het woord kan variëren van een korte pauze tot een langdurig proces van afwachten.

Voorbeelden

  • Ik moet nog even wachten op de bus voordat ik naar huis kan.
  • Ze wacht al weken op een reactie van de sollicitatie die ze heeft verstuurd.
  • Tijdens de vergadering moesten we wachten totdat iedereen aanwezig was voordat we konden beginnen.

Woordoorsprong

Het woord 'wacht' is afgeleid van het oude Nederlandse woord 'wahten', dat 'opmerken' of 'opletten' betekent, wat de kern van het wachten benadrukt: het actief zijn in afwachting van iets.

Veelgestelde vragen over wacht

Wat is de betekenis van wacht?

wacht betekent: (m) iemand die tot taak heeft iets te bewaken

Hoeveel betekenissen heeft wacht?

wacht heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je wacht in een zin?

Voorbeeld: “De wachten werden volledig overrompeld.

Etymologie

* van waken

Uitdrukkingen

  • num=1De wacht houden
  • num=1Op wacht staan
  • Iemand de wacht aanzeggeneen laatste waarschuwing geven
  • Iets in de wacht slepenIets bemachtigen

Vertalingen

DuitsWache, Wächter, Wache
Deensvagt, vagt