wagon

mannelijk (de)/ʋa'ɣɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spoorwegen (spoorwegen) een spoorvoertuig voor het vervoer van goederen
    De goederen werden in de wagons geladen.
  2. bij uitbreiding: ieder spoorvoertuig, niet zijnde een locomotief
    Deze trein bestaat uit een locomotief met zestien wagons.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘spoorwagen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1835

Vertalingen

Engelscarriage
Franswagon
DuitsWaggon, wagon
Spaansvagón