waken

/ˈwakə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) opzettelijk wakker zijn
    `Als andere mensen slapen, wat doet u dan? 'Als andere mensen slapen, dan waak ik.' Toen ik het zei, wist ik dat dit het enige juiste antwoord was. {{Aut|Sandes, David
  2. inerg, verouderd (inerg) (verouderd) wakker zijn
    Overdag moet je niet slapen maar waken.
  3. inerg (inerg) bij een stervende zitten
    In de lange uren die zij bij haar moeder heeft zitten waken, hebben zij veel met elkaar goedgemaakt.
  4. inerg (inerg) ~ over: letten op, beschermen.
    De twintig belangrijkste industrielanden, de G20, zullen voortaan samen over de economie waken.[http://www.hbvl.be/cnt/aid865989/g20-landen-waken-samen-over-economie www.hbvl.be]
    Het is bijna alsof ik het gevoel heb dat de maan en de sterren over mij waken tijdens de avonturen in mijn leven.

Etymologie

* In de betekenis van ‘niet (gaan) slapen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Vertalingen

Engelswatch, be awake, watch
Fransveiller, veiller
Duitswachen, wach sein, wachen
Spaansvelar