walrus

mannelijk (de)/wɑlrʌs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (roofdieren) bepaald soort zoogdier, , een lange zeehond met twee sterke en naar beneden gerichte hoektanden
    De walrus is mijn lievelingsdier.

Etymologie

*van "valross", in de betekenis van ‘zeeroofdier’ voor het eerst aangetroffen in 1594

Vertalingen

Engelswalrus
Fransmorse
DuitsWalross
Spaansmorsa
Italiaanstricheco
Portugeesmorsa
Russischморж
Chinees海象
Japansセイウチ
Koreaans바다코끼리, 해상, 해마
Turksmors
Poolsmors
Zweedsvalross
Deenshvalros