wam

mannelijk/vrouwelijk (de)/wɑm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (f)/(m) een huidplooi die afhangt van de hals van een rund of een ander dier
  2. (f)/(m) een opengesneden buik van een vis
  3. (m) een soort duif; een duikvluchtduif

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tussenwerpsel: nabootsing van geluid’ voor het eerst aangetroffen in 1970

Vertalingen

Engelsnape