wambuis

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding, historisch (kleding), (historisch) vooral in vroeger tijden veel gedragen gewatteerd vest, vaak gemaakt van lagen linnen, in banen gestikt, met een opvulling van wol, katoen en haren, dat het lichaam van de hals tot op het middel bedekt
    Het hek zwaaide ineens open, en er verschenen een man en een jongen. Omdat ik onderweg helemaal niemand was tegengekomen, was ik blij mensen te zien. Ze droegen allebei eenvoudige wambuizen en hadden een pet op waardoor hun gezichten grotendeels bedekt werden, en de jongen had een kleine zeis achter zijn riem gestoken.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kledingstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1317

Vertalingen

Spaanscamiseta, camisón, gambesón