wandelwagen

mannelijk (de)/ˈwɑndəlˌwaɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een wagen waarin jonge kinderen rondgereden kunnen worden
    Zij hebben een wandelwagen waar twee kinderen in kunnen zitten.

Vertalingen

Engelsstroller
Franspoussette
Spaanscochecito, carriola