wapenkoning

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. heraut die het uiterlijk van de wapenschilden kan bepalen
    Nadat een wapenkoning was aangewezen, ging de hertog terug naar de Heilige Bron waar de keizer water schepte en hem andermaal doopte en hem zo de titel van hertog van Macedonië verleende.
    Onmiddellijk hierop werden de trompetten geblazen en de wapenkoningen en herauten riepen: 'Dit is zijne doorluchtigheid de hertog van Macedonië uit het geslacht Brakkerots.