wapenmakker

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vriend waarmee men samen een strijd voert
    Over de brug rijdende sprak De Chatillon tot zijn Broeder: "Gij weet dat ik de eer onzer nicht deze avond te verdedigen heb; ik maak staat op u om mijn wapenmakker te zijn.