washand

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɑshɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Meestal van badstof gemaakt zakje waarin de hand past waarmee men de rest van het lichaam kan wassen.
    Hij moet een washandje door zijn gezicht halen, door het koude water wordt hij wakker en minder slaperig.

Etymologie

* de verkleinvorm washandje en washandjes worden het vaakste gebruikt.