waskot
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plaats in een huis waar men de was doetBijna aan het einde van de route laat museum ’t Waskot een ouderwetse wasdag zien, treedt koor op. De wandelroute eindigt bij de Boulevard. Daar staat een optocht opgesteld. De familie vertrekt om hier om 11 uur richting Middelburg. Reformatorisch Dagblad 31-03-2010 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/zeeland-wil-een-blijde-koninginnedag-1.162112 Zeeland wil een blijde Koninginnedag]'Elke ochtend begin ik om zeven uur te werken. Alles netjes onderhouden: de kleedkamers, sauna's, het bubbelbad en het waskot. Ik deed het enorm graag', zegt Tanja. 'Ik werk hier nog maar zes weken, maar ik voelde me goed in mijn vel. Het klikte goed met de bazen. Ik zit echt enorm in met hen. Zo hard gewerkt om dit op te bouwen en nu gaat alles in rook op.' De Standaard 28 MEI 2008 [http://www.standaard.be/cnt/nt1sg1e8 'De knal wekte alleen mijn man']Aan de Lintseheide ontstond gisterochtend een brandje in het waskot van een woning. De brandweer had het vuur snel onder controle. Wellicht werd de brand veroorzaakt door een kortsluiting aan de droogkast. Niemand raakte gewond. De Standaard 21 JUNI 2008 [http://www.standaard.be/cnt/bj1te86g_1 Brand]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek