waslijn

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɑslɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gespannen draad waaraan wasgoed te drogen hangt, dat handmatig of machinaal gewassen is
    Binnen had ik een zee van ruimte waardoor ik mijn rugzak ‘s nachts bij de hand had en mijn sokken zelfs konden drogen aan een waslijn bovenin.
    Vandaag worden spelletjes gespeeld. Er komen ook nog een playbackshow en een barbecue. Vuurkorven, lampjes en een waslijn met wat sokken en kleren, maken het vakantiegevoel compleet.