waspeen
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bospeen waarvan het loof is verwijderdÍk vind waspeen echt totaal smakeloos. Bospeen is wel lekker, maar een goeie knoestige winterpeen is echt heerlijk, daar zit veel meer smaak aan dan aan waspeen.Volkskrant WILMA DE REK 18 mei 2012,Zo blijkt er een fors cultuurverschil te bestaan tussen Katwijk aan Zee, waar vanouds de haringvisserij centraal stond en Katwijk aan den Rijn. Daar leefde men van de tuinbouw - de Katwijkers concentreerden zich op de verbouw van waspeen -, tot de groenteveiling in 2001 ter ziele ging.Volkskrant Anet Bleich 31 oktober 2011
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek