wastafel

/ˈwɑstafəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bak waarin men zich of iets wast
    In onze kamer was ook een wastafel voorhanden.

Vertalingen

Engelswashbasin, sink
Franslavabo
DuitsWaschbecken
Spaanslavabo, lavamanos, lavatorio
Italiaanslavandino, lavabo
Poolsumywalka
Zweedstvättställ