waterdoorlatendheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets water kan doorlaten
    De contouren van de wallen en de grachten werden zo duidelijk zichtbaar omdat de waterdoorlatendheid van die plekken beter is dan op onaangeroerde plekken: het gewas dat er boven groeit krijgt meer vocht. Tijdens de extreem droge zomer van 2003 waren de 'groene' contouren van de linie zichtbaar in het gewas. Tubantia 03-01-08 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/groenlo-geen-tweede-bourtange~a0066a12/ Groenlo geen tweede Bourtange]
  2. het niet waterdicht zijn

Etymologie

afleiding van waterdoorlatend

Vertalingen

Engelspermeability, hydraulic conductivity