watergladheid

vrouwelijk (de)/ˈwatərˌɣlɑthɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verschijnsel waarbij een dunne waterfilm ontstaat tussen de band van een rijdend voertuig en het wegdek, waardoor dit voertuig (tijdelijk) onbestuurbaar wordt
    Als je met versleten banden rijdt, dan loop je meer risico op watergladheid.

Etymologie

* . Dit is een leenvertaling van het Engelse aquaplaning.

Vertalingen

Engelshydroplaning, aquaplaning
Fransaquaplanage, hydroplanage
DuitsAquaplaning, Wasserglätte
Spaansaquaplaning, acuaplaneo
Italiaansaquaplaning, idroplanaggio, acquaplanaggio
Portugeesaquaplanagem
Japansハイドロプレーニング現象
Poolsakwaplanacja
Zweedsvattenplaning
Deensaquaplaning, dækslip