waterproef
mannelijk (de)/ˈwatərˌpruf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) iemand vastgebonden in diep water gooien als onderzoek naar het beoefenen van duivelse tovenarij: blijven drijven is bewijs van schuld, verdrinken is bewijs van onschuld
Etymologie
*[B] verbastering van "waterproof"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek