waterproef

mannelijk (de)/ˈwatərˌpruf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) iemand vastgebonden in diep water gooien als onderzoek naar het beoefenen van duivelse tovenarij: blijven drijven is bewijs van schuld, verdrinken is bewijs van onschuld

Etymologie

*[B] verbastering van "waterproof"