wc
mannelijk (de)/weˈse/
Wat is de betekenis van wc?
wc betekent: (sanitair) toilet [1]
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sanitair) toilet [1]
- (sanitair) toiletpot
Voorbeelden van "wc" in een zin
- Ik ga even naar de wc.
- Gefrustreerd stapte ik uit bed om naar de wc te gaan.
- Zelf moest ik ook erg nodig naar de wc, maar ik durfde na dit verhaal absoluut niet meer naar buiten.
- Je bent de wc vergeten door te trekken.
- Ik ging naar de wc en stak mijn hand tussen mijn benen; wat geronnen bloed, maar het duidelijkste symptoom was de vage buikpijn die ik had, onderin, een doffe pijn, het gevoel dat ik was opengereten en beurs was.
Etymologie
* Afkorting van watercloset
Vertalingen
EngelsWC, water closet, flush toilet
DuitsToilette
Spaansinodoro, váter
Poolstoaleta, muszla klozetowa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek