weddenschap

vrouwelijk (de)/ˈwɛdə(n)ˌsxɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een wederzijdse overeenkomst de ander te zullen betalen naar gelang de uitkomst van een gebeurtenis in de toekomst
    Hij had een weddenschap verloren omdat zijn favoriete elftal niet gewonnen had.
    En om weddenschappen aan te gaan met flipperen moest je heel veel geoefend hebben op minstens twee verschillende kasten en dat kostte ook geld.

Etymologie

*Afgeleid van wedden

Vertalingen

Engelsbet, wager