wedervoeren
/ˈwedərˌvurə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (verouderd) brengen naar de plaats van herkomstZij belijdt integendeel, dat de wetenschappen, uitgaande van God, goed beoefend en met behulp der genade, tot God wedervoeren.
- (verouderd) antwoorden‘Dat kan niet bestaan’, wedervoeren de geletterden in koor (...)
- meervoud verleden tijd van (verouderd) wedervarenMen zou bijna kunnen zeggen dat alle persoonlijke tragische levenservaringen, welke hem wedervoeren, in zekere mate terug zijn te brengen op dien aanleg en dat karakter.
Etymologie
*[1],[2]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek