wedstrijd

mannelijk (de)/ˈwɛtstrɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een strijd van twee of meer personen om uit te maken wie op een bepaald gebied de beste is
    Pogue en ik vlogen vooruit en raakten verwikkeld in een wedstrijd wie het snelste door de drassige grond kon ploegen.
    Mama begreep meteen dat hij de man van haar leven zou worden en ging mee wanneer hij wedstrijden zwom, Of bokste, want dat deed hij ook, en als ze naar een restaurant gingen betaalde zij het.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘wedijver, i.h.b. in sport’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Vertalingen

Engelscompetition, contest
DuitsWettstreit, Spiel
Spaanscarrera, concurso, competición