wegloop

mannelijk (de)/ˈwɛxlop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) (atletiek) hardloopwedstrijd over verharde wegen
    Nick Van Peborgh heeft de goede vorm al vroeg te pakken. Met, in twee dagen tijd, winst in Dwars door Hasselt en de wegloop in Putte-Kapellen bewees de Antwerpenaar dat hij klaar is voor het crosseizoen.