weiland
onzijdig (het)/ˈwɛilɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een stuk grasland in gebruik voor de begrazing door veeEr waren lammetjes en kalfjes op het weiland.Verderop ligt alleen weiland en een natuurgebied - het Kraaienbos.Het was een flink eind verderop langs de Zwijnskade, ongeveer vijftig meter achter de scheve boom die er nu in het weiland staat.
Etymologie
* In de betekenis van ‘grasland waar vee graast’ voor het eerst aangetroffen in 1252
Vertalingen
Engelspasture
Franspâturage, pâture
DuitsTrift, Weide, Wiese
Spaanspradera, dehesa, prado
Turksmera, otluk, yaylak
Poolspastwisko
Zweedsäng
Deenseng
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek