wekken

/wɛkə(n)/

Wat is de betekenis van wekken?

wekken betekent: (ov) wakker maken

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) wakker maken
  2. ov (ov) veroorzaken

Voorbeelden van "wekken" in een zin

  • Ze wekte het kind.
  • Ik werd in alle vroegte gewekt door iemand die over mijn scheerlijn struikelde en brommend verder liep.
  • Maar de hitte en de zon wekten ons toch vroeger dan we wilden en de rest van de dag brachten we door met hangen en lezen.
  • Hij wekte een verkeerde indruk.
  • De bronteksten wekken wel de indruk dat deelname van vrouwen niet altijd gladjes verliep.

Betekenis en uitleg van wekken

Het woord 'wekken' betekent in de basis het in gang zetten van iets, zoals het maken van beweging of het tot leven brengen van een idee of gevoel. Het kan ook verwijzen naar het opstaan uit de slaap of het stimuleren van iemand om actiever te zijn.

Je gebruikt 'wekken' vaak in de context van iemand uit zijn slaap halen, zoals wanneer je een vriend wekt voor een vroege ochtendafspraak. Daarnaast kan het ook figuurlijk worden gebruikt, bijvoorbeeld als je emoties of herinneringen wekt bij iemand door een verhaal te vertellen. De nuance ligt in de actie van initiëren of activeren, of het nu fysiek of emotioneel is.

Voorbeelden

  • Ik moest mijn broer wekken, omdat hij zijn trein bijna miste.
  • De film wekte veel herinneringen aan mijn kindertijd op.
  • Door zijn enthousiasme wekte hij de interesse van iedereen in de zaal.

Woordoorsprong

Het woord 'wekken' is verwant aan het Oudnederlands 'wecken', wat ook 'wakker maken' betekent. Het heeft zijn oorsprong in de betekenis van het activeren of in beweging brengen.

Veelgestelde vragen over wekken

Wat is de betekenis van wekken?

wekken betekent: (ov) wakker maken

Hoeveel betekenissen heeft wekken?

wekken heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je wekken in een zin?

Voorbeeld: “Ze wekte het kind.

Etymologie

*(causatief) bij waken: wakker doen zijn

Vertalingen

Engelswake, raise
Fransréveiller, éveiller
Spaansdespertar
Russischразбудить, вызвать, произвести