weldoener

mannelijk (de)/ˈwɛldunər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die een goede daad doet door iemand vooral financieël te helpen
    Zo was de eenvoudige monnik uit Myra, die in de vierde eeuw plotseling in de geschiedenis kwam als de weldoener van alle mensen - en er korte tijd later weer uit verdween - nu in oost en west bekend.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van wel en doen

Vertalingen

Engelsbenefactor
Fransbienfaiteur
DuitsWohltäter
Spaansbienhechor, benefactor