Welvaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈʋɛlvart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) de mate waarin de behoeften met de beschikbare middelen kunnen worden bevredigd
    In de jaren 1950 is de welvaart enorm toegenomen, maar soms ging dat ten kost van het welzijn.
    Het overgrote deel van de gegeneerde welvaart komt echter niet bij de eilandbewoners terecht, maar wordt teruggepompt in de immer uitdijende toerisme-industrie. HP de Tijd ARNOUT LE CLERCQ 25 JAN 2019 [https://www.hpdetijd.nl/2019-01-25/de-malediven-verdwijnen/ De Malediven verdwijnen, maar onze consumptiedrift niet]
    De Nobelprijs voor Economie gaat dit jaar naar de Turks-Amerikaanse Daron Acemoglu, de Brits-Amerikaanse Simon Johnson en de Brit James A. Robinson. Ze krijgen de prijs voor hun onderzoek naar hoe het verschil in welvaart tussen landen ontstaat.

Vertalingen

Engelsprosperity, welfare
Fransprospérité
DuitsWohlstand
Spaansprosperidad, bienestar