wentelen

/ˈwɛntələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. (onovergankelijk) om een as of steunpunt draaien
  2. wiskunde (onovergankelijk) (wiskunde) een cirkel beschrijven in een vlak loodrecht op een lijn
  3. ov, formeel (ov) (formeel) draaien, in de rondte laten bewegen

Etymologie

*(freqtt) wenden of afgeleid van welteren "wentelen, rollen"

Vertalingen

Engelsroll, turn, turn around
Spaanshacer dar vueltas, hacer girar, hacer rodar