wereldeconomie
vrouwelijk (de)/ˈwerəltˌekonoˌmi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) geheel van activiteiten die de mensheid onderneemt om schaarste op te heffenDe wereldeconomie is dit jaar met vijf procent gegroeid.Het International Institute of Finance, een denktank van de financiële sector, rapporteerde deze maand dat de totale hoeveelheid mondiale schuld (van overheden, bedrijven, financiële sector en huishoudens) door de pandemie is toegenomen met 24.000 miljard dollar naar 281.000 miljard dollar. Dat is meer dan drie maal de omvang van de wereldeconomie.
- markten voor productie, kapitaalverkeer en handel die landsgrenzen overschrijdenDe meest gedurfde visie was die van Coffij. Hij wilde een groot deel van de plantages inlijven en zag een toekomst voor zich waarin ‘zijn’ staat vreedzaam zou bestaan naast een Hollandse kolonie en zou produceren voor de wereldeconomie.
- geheel van economische betrekkingen tussen alle landen van de wereldMaar de nieuwe hang naar zelfvoorziening kan voor verdere fragmentatie van de wereldeconomie zorgen.
Vertalingen
Engelsworld economy, global economy
Franséconomie mondiale
DuitsWeltwirtschaft
Spaanseconomía mundial
Italiaanseconomia mondiale
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek