werkcoupé

mannelijk (de)/ˈwɛrᵊkuˌpe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een coupé in een trein waarin men niet hardop mag praten of op andere manier hinderlijk geluid maken
    Stilte! Werkcoupé!' meldt het stickertje dat de Nederlandse Spoorwegen op de deur van hun rook-alkoofjes in de eerste klas hebben geplakt. Roken, werken, eerste klas reizen en je mond houden, samengevat: een toestand waarmee ik me kan verenigen. NRC S. Montag 6 november 1999 [https://www.nrc.nl/nieuws/1999/11/06/wildpraten-7469516-a149342 Wildpraten]
    Ik moet van Amsterdam naar Groningen, want daarginder wachten mensen op me die zich met Groningse groene zeep hebben gewassen om een hele avond naar me te luisteren. Ik neem de avondtrein van half zes, dan ben ik dik op tijd om tegen half negen met mijn voorlezerij te beginnen. Ik haat gehaast en gedrang. Rustig een werkcoupé in de eerste klas opzoeken, dan kan ik nog wat voorbereiden. NRC Jean-Paul Franssens 16 februari 2002 [https://www.nrc.nl/nieuws/2002/02/16/where-are-you-comming-from-sir-7577716-a76443 Where are you comming from, sir]