werkgever

mannelijk (de)/ˈwɛrᵊkˌxevər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die of bedrijf dat werk verschaft aan anderen
    De voetballer wiens contract afloopt heeft nog geen nieuwe werkgever kunnen vinden.
    En, hadden ze geprobeerd uit te leggen, na de oorlog zou elke werkgever waardering hebben voor de werkzoekende die een officiersrang uit het leger had.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van werk en de stam van geven

Vertalingen

Engelsemployer
Fransemployeur
DuitsArbeitgeber
Spaansempleador, patrono
Poolspracodawca
Zweedsarbetsgivare