werkkracht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɛrᵊˌkrɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een persoon die gewoonlijk tegen betaling werk verricht
    Dat is duur omdat het veel werkkrachten vereist.
  2. het vermogen om te werken
    Dat apparaat heeft weinig werkkracht.

Vertalingen

Engelsworker, employee, energy
Fransemployé, capacité de travail, puissance de travail
DuitsArbeitskraft, Kraft, Tatkraft
Spaansmano de obra, obrero, obrera
Italiaansforza lavoro, forza di lavorare